Ik heb hersenletsel

  
letters kleinerletters groter

link naar de voorpaginalink naar e-mail

 

 

Nieuwsgierig

Op het weidse en verlaten Friese platteland woont bij een statige boerderij een grote geitenfamilie: vader Siep, de oude geitenbok, moeder Geertje en een heleboel kleine bokjes en geitjes.

Nienke is de allerkleinste. Ze is pas een jaar oud maar enorm ondeugend en nieuwsgierig!

Ze plaagt de andere geitjes, wroet onder graspolletjes om te kijken wat eronder zit, klimt op heuveltjes en lage boom takken en ze zoekt naar openingen in het hek om het weiland. Ze wil rennen, springen, klauteren, eten en spelen tegelijk. Toch is ze het lievelingsgeitje van Siep en Geertje, want ze is ook heel lief en tussen al haar bezigheden door komt ze steeds even bij papa en mama kijken.

Op een dag ontdekt Nienke een opening in de omheining. Ze glipt er door naar buiten en huppelt en springt in de richting van de boerderij. De andere geiten hebben niets gemerkt.

De rondscharrelende kippen op het erf schrikken wel en stuiven luid kakelend uit elkaar. Wat doe die kleine geit op hun erf?

Nienke ziet een laag schuurtje. Met gemak klimt ze erop. Wat een prachtig uitzicht heeft ze hiervandaan op de geitenwei met al haar broertjes en zusjes! Maar dan: Wafffgrrrrwaf!

Bas de waakhond heeft haar gezien. Hij begreep al snel dat er iets niet klopte. Onderaan het schuurtje blaft hij gevaarlijk om Nienke te waarschuwen. Maar Nienke schrikt daar zo van dat ze van het dak valt. Ze komt met haar kop precies terecht op de scherpe kant van de ploeg van boer Jan. AU!! dat doet pijn! Ze is zelfs even buiten bewustzijn. Als ze haar ogen weer open doet staat Bas naast haar. Hij likt haar snuit. Om het goed te maken, want hij heeft haar niet zó willen laten schrikken. Boer Jan is ook aan komen lopen. Gelukkig heeft Nienke niets gebroken. Behalve een grote bult op haar hoofd is er niets te zien. Boer Jan brengt Nienke terug naar de andere geiten en legt haar op een zachte berg stro in de geitenstal. Dat is gelukkig goed afgelopen.

Hoewel, de volgende dag staat Nienke niet op. "Kom Nienke", zegt mamma Geertje, "tijd om naar de wei te gaan, het gras is heerlijk sappig." Maar Nienke komt niet. Ze zegt: "Ik heb zo'n raar gevoel in mijn hoofd en ik ben zo moe. "

"Heb je hoofdpijn Nienke?" vraagt haar moeder. "Nee, maar alles voelt zo raar in mijn hoofd. Ik blijf maar liggen." Moeder Geertje laat het maar even zo. Ze loopt naar de wei om te grazen.

's Avonds ligt Nienke nog altijd op het stro. Ze heeft de hele dag niets gegeten en maar een klein beetje water gedronken.

De volgende dag probeert Nienke wel op te staan, maar dat valt niet mee. Ze voelt zich duizelig. Met voorzichtige stapjes loopt ze wel, maar rennen en huppelen is er niet bij. Ze lijkt wel een trage, oude geit. In klauteren heeft ze helemaal geen zin. Dat lukt toch niet. Traag eet Nienke wat van het groene gras en sloft terug naar haar strobed. "Ik wil niet meer", denkt ze. "Als ik zo blijf, dan lachen alle geitjes me uit en wil niemand meer met me spelen. Ik blijf binnen onder het stro liggen. Vanavond, als het donker is, eet ik wel wat. "

Gelukkig heeft papa Siep door wat er aan de hand is. Hij gaat naar Nienke toe en zegt: "Zeg kleintje, waarschijnlijk zijn door de val van het dak je hersenen een beetje beschadigd. Daardoor gaat alles wat lastiger. Maar het wordt er niet beter op als je op het stro blijft liggen. Laten we samen eens uitproberen wat je allemaal nog wel kunt, in plaats van dat je hier ligt te kniezen omdat je niet meer kunt rennen en klauteren."

Nienke denkt: "Pap heeft makkelijk praten, maar misschien ook wel een beetje gelijk." Ze staat voorzichtig op. Samen met papa loopt ze naar een uithoek van de grote wei. Achter een paar struiken, zodat de andere geiten niets kunnen zien, probeert ze wat sneller te lopen. Oei, dat lukt bijna niet zonder te struikelen. Maar na veel oefenen gaat het al veel beter. Rennen is het niet, maar ook geen traag sloffen.

"Herken je alle plantjes nog?", vraagt pappa Siep. "Graspolletjes, boterbloemen, klaverblaadjes... " Ze vergist zich vaak, maar papa leert haar trucjes om de plantjes wel te herkennen. Gaande weg ontdekt ze dat ze veel meer kan dan ze dacht. Dat ze niet meer kan klauteren en rennen maakt eigenlijk niet meer zoveel uit. Als ze regelmatig even rust hoeven haar broertjes en zusjes zelfs niets te merken.

Zo zie je maar dat iemand met hersenletsel vaak nog veel meer dingen goed kan dan hij denkt. Door veel uit te proberen en te oefenen valt het leven met kleine handicaps vaak nog best mee.


boek krokodil

Waarom heeft een krokodil zo'n platte kop?, ((voor)lees verhalen voor kinderen) H.Hessels.
Uitgave vereniging Cerebraal. Leden gratis, niet-leden € 3,50. Te bestellen via de website van vereniging Cerebraal (literatuur)

 

 
logo/link naar website sponsor van brainkids